© 2009 de talentenacademie
5 augustus 2006
Provinciale Zeeuwse Courant
| Naam: | Marco Hoogerland |
| Geboren: | 21 april 1971 in Vlissingen |
| Woonplaats: | Rosmalen |
| Burgerlijke staat: | getrouwd met Marianne, dochter Lucia, zoon Tom, 3e op komst |
| Opleiding: | |
| 1983-1987 | mavo SSGM Middelburg |
| 1987-1991 | mbo-agogisch werk Zeeland College Vlissingen |
| 1991-1996 | personeelsmanagement Hogeschool Den Bosch |
| Werk: | |
| 1996-2002 | Intercedent TopStart, Accountmanager Polec en consultant bij Mertens & Groenen en Empact |
| 2002-heden | Mede-eigenaar de talentenacademie Den Bosch |
Het lijkt zo simpel. Het startschot klinkt, de atleet zet zijn verstand op nul, stelt zijn blik op oneindig en probeert als eerste over de finish te komen. De praktijk is anders. Om een hardloopwedstrijd te kunnen winnen moet niet alleen het lichaam in topconditie zijn, maar ook de geest. Voormalig Zeeuw Marco Hoogerland heeft van dat gegeven zijn beroep gemaakt. Via zijn in Den Bosch gevestigde bedrijf de talentenacademie staat hij tal van topsporters bij in hun streven het allerbeste uit zichzelf te halen.
Een mailtje van een van Zeelands beste langeafstandslopers, Niels Koole. Hij vestigt de aandacht op Marco Hoogerland: Ik (als Zeeuwse boer?) kan mentale begeleiding niet begrijpen. Als ik goed getraind ben en gerust heb, loop ik ‘hard’. Als ik minder getraind heb, loop ik minder hard. Dan kan zo’n mentale begeleider honderd keer tegen mij zeggen ‘je kan het’ maar dan denk ik enkel ‘die is gek’. Zijn topsporters dan zo labiel of begrijp ik het niet als nuchtere Zeeuw?
Marco Hoogerland (35), in 1971 geboren in Vlissingen, al snel verhuisd naar Oost-Souburg en op zijn negentiende verkast naar Brabant, kent die nuchtere Zeeuw wel. In een ver verleden zat hij met Niels Koole op de Vlissingse atletiekvereniging Marathon en later op Dynamo ’70 uit Middelburg. “Is hij geen advocaat geworden”, vraagt Hoogerland zich hardop af. “Ik snap wel dat hij zo denkt. Hij houdt zich hele dagen met feiten bezig, met waarheden en onwaarheden. Hij heeft mensen als mij niet nodig om te presteren.”
Met onder anderen Niels Koole, Miquel van Tongeren, Sebastien Schletterer en Gregory Lede en onder de bevlogen impulsen van trainer Niek Knol greep Hoogerland ooit de nationale clubtitel bij de jeugd. Hij was geen supertalent, maar hij mocht meedoen omdat het team niet over een discuswerper beschikte. De Souburger wierp het gevaarte een meter of dertig en dat was voldoende om niet al te ver op achterstand te raken bij de overige teams.
“Mijn lichaam is niet geschikt om topsport te bedrijven”, kijkt Hoogerland terug. “Ik ben vaak geblesseerd geweest, heb veel pijn gehad en wist dat het geen zin had er helemaal voor te gaan. Op mijn zestiende ben ik ermee gestopt.” Hij werd trainer, eerst in Zeeland, later bij Prins Hendrik uit Vught. Na verloop van tijd richtte hij zich meer op de mentale begeleiding en rolde via een aantal pupillen die de top bereikten in het vak.
Zijn Talentenacademie houdt zich al lang niet meer alleen bezig met atleten. Dankzij mond-tot-mondreclame toonden tal van sporters belangstelling. Van voetballers, via squashers en tennissers tot bobsleeërs en golfers. Daarnaast verleent Hoogerland of één van de andere zeven medewerkers van het bureau mensen uit het bedrijfsleven support. De ene dag werkt hij met tweehonderd bouwvakkers van Heijmans, de andere dag zit hij tegenover één tennisser.
Die beide takken zorgen voor een frisse kruisbestuiving. Wetmatigheden uit het bedrijfsleven kun je toepassen in de sport en andersom. “In het bedrijfsleven is plannen maken van levensbelang. Je maakt langetermijn-doelstellingen, leert rendement beschrijven. Je leert dat ook in de sport toepassen. Een ander voorbeeld. Ik ben elke keer verbaasd als ik een voetbaltrainer een hele wedstrijd zie coachen. Hij traint met zijn ploeg het hele jaar op bepaalde automatismen. Die moeten zijn spelers zonder zijn hulp kunnen uitvoeren. Als een baas in het bedrijfsleven zijn personeel elke dag moet vertellen hoe dingen aangepakt moeten worden, dan vallen er al snel ontslagen.”
Hoogerland is gespecialiseerd in coaching en training, stressmanagement en persoonlijke ontwikkeling. Met Thomas Kortbeek, een van zijn pupillen van het eerste uur, werkt de Zeeuwse Brabander op deze onderdelen toe naar de Olympische Spelen van 2008.
Zes jaar geleden begonnen zij ermee. Samen proberen ze antwoorden te geven op vragen als: hoe ga je om met je trainer, hoe vind je de beste arts, hoe haal je meer rendement uit trainingen en wedstrijden? Op het mentale vlak leert hij Kortbeek omgaan met onverwachte situaties (“Kijk naar het EK zwemmen, de wedstrijden werden dinsdag uitgesteld door een enorme regenbui. Hoe ga je daar mee om?”), leert hij hem een winnaarstype te zijn (“Wees niet tevreden met een finaleplaats, maar probeer ook daarin eerste te worden.”) en leert hij hem lef tonen tijdens een wedstrijd: durf sneller bij de eerste horde te zijn, dwing jezelf zo lang mogelijk het ritme van dertien passen vast te houden tussen de horden.
De mentalcoach kent Kortbeek van haver tot gort en weet dat de atleet hem - net als Niels Koole - nauwelijks nodig heeft. “Naar buiten toe is het heel goed dat Thomas mijn hulp inroept. Veel mensen denken dat alleen sporters die niet helemaal sporen hulp nodig hebben. Maar dat is niet zo. Thomas wil een topper worden en alles eruit halen wat erin zit. Daar kan ik bij helpen.” Het is de kunst om de juiste manier te vinden iemand te coachen. “Voor ons is het topsport om er steeds weer achter te komen hoe iemand het best kan presteren. Iedereen is anders.”
Hoogerland is van nature iemand van de harde aanpak. Ooit vroeg een topsporter met geldzorgen om hulp. Hij had een gokprobleem. “Als het je niet lukt om te stoppen met gokken, dan ben je een karakterloos mens”, was de boodschap van Hoogerland. Het kwam aan. Het probleem werd opgelost en bovendien toonde de persoon meer karakter als topsporter. Hij ontdekte dat hij de strijd vaak veel te vroeg had opgegeven.
Een voetballer ‘vroeg’ om een heel andere aanpak. Het was een speler met een negatief zelfbeeld, met faalangst. “Hem moest je ophemelen. Zeggen dat hij het goed deed, dat je tevreden over hem was hoewel tijdens een wedstrijd tien acties mislukten. Hij had er namelijk ook vijf goede gemaakt.”
Een prettig aspect aan het werk van Marco Hoogerland is dat mensen naar hem toekomen en dus bereid zijn aan zichzelf te werken. Hij hoeft geen gevecht met ze aan te gaan, hoeft ze niet te overtuigen van zijn methode.
Wel willen sporters vaak discretie. Ze willen in alle rust met Hoogerland werken en hebben er geen belang bij dat het naar buiten komt. Hoogerland kan dat begrijpen. Hij praat dan ook alleen over sporters die zelf naar buiten zijn gekomen over hun samenwerking. “Ik vind dat ik een beroepsgeheim heb. Dingen die ik beroepshalve weet van sporters, hou ik voor mezelf. Net zoals een dokter doet met zijn patiënten.” Sommige sporters, zoals atleten, zijn redelijk open over mentale begeleiding. Anderen zijn dat minder.
Hoogerland: “Ik ben bijvoorbeeld bezig met wielrenners, maar die willen absoluut niet dat hun namen naar buiten komen. In die sport is mentale begeleiding nog een taboe. Met sommige mensen werk je kort, bijvoorbeeld om iets te veranderen of recht te zetten. Met anderen ben je jaren bezig. Bijvoorbeeld met Bram Som of Thomas Kortbeek. Daar trek je jaren mee op en ben je bezig dingen steeds beter af te stemmen.”
Hoewel het fenomeen mentaal begeleider steeds meer opgeld doet, hangt er nog steeds een zweem van mystiek omheen. Sommige coaches vinden dat wel lekker en cultiveren hun status van tovenaar, maar Marco Hoogerland moet daar niets van hebben. “Wij zijn gewone mensen die gewone dingen doen”, zegt hij vanuit zijn luie stoel in zijn nieuwbouwwoning in Rosmalen. “Wij zijn één van de puzzelstukjes die je nodig hebt om tot een topprestatie te kunnen komen.”
Morgen vertrekt Marco Hoogerland naar Gothenburg, waar het EK atletiek wordt gehouden. Hij is er mentalcoach van 800 meterloper Bram Som, die het werk en verblijf van Hoogerland uit eigen zak betaalt. In een interview in NRC hemelt Som zijn begeleider behoorlijk op. Dankzij Hoogerland is hij een ander mens geworden: “Ik ben van huis uit geen branieschopper of een straatvechter, maar dat moet je in de wedstrijd soms wel zijn om je plek op te eisen. Ik heb geleerd soms een rotzak te zijn. En ik heb het geleerd in het dagelijks leven toe te passen, zodat het in de sport een automatisme wordt. Ik zeg nu meer wat ik voel en waar het op staat. Daar had ik voorheen problemen mee; ik wilde altijd aardig gevonden worden en kon slecht nee zeggen.”
In Zweden is het vooral zaak dat Som ontspannen blijft. Hoogerland: “Hij gaat met de hele ploeg het hotel in, maar moet toch leven zoals thuis. Zo presteer je namelijk het best. We gaan dus geen moeilijke gesprekken meer voeren, maar heel gewone dingen doen. Een kopje koffie drinken in de stad bijvoorbeeld. De spanning die er ongetwijfeld is, moet hij gebruiken om zo hard mogelijk te lopen, om de dingen uit te voeren zoals hij ze geleerd heeft. Er voor zorgen dat die niet omslaat in stress.”
Hoogerland vergelijkt zijn taak in Gothenburg met die van een fysiotherapeut: “Hij kan geen blessures voorkomen, maar wel helpen problemen te signaleren en dingen op te lossen. Ik doe hetzelfde met datgene wat tussen de oren zit.” De Brabander verheugt zich al op het verblijf in Zweden. Hij doet er nieuwe indrukken op en leert weer dingen uit de praktijk. Dat maakt het beroep zo boeiend.
“Ik vroeg een keer aan een atleet waaraan hij gedacht had toen hij op het hoogste podium stond. ‘Aan mijn volgende persoonlijke record’, had hij gezegd. Daar ben ik van geschrokken. Successen moet je vieren. Nadat wij Nederlands kampioen geworden waren, deelde Niek Knol in de bus flesjes bier uit. Dat zal ik nooit vergeten. We hebben er een echt feest van gemaakt. Het was verschrikkelijk genieten. Dat moeten topsporters ook kunnen.”
Koen de Vries