© 2009 de talentenacademie
15 augustus 2006 - De Telegraaf
GÖTEBORG, maandag 14 augustus 2006
Hij had de heilige grond van Ullevi al gezoend, de ereronde met het rood-wit-blauw al gelopen en de felicitaties van iedereen al in ontvangst genomen. Maar pas een kleine twee uur na zijn finish op de 800 meter kon Bram Som in één van de kleinste kamertjes van het stadion zijn gouden medaille écht vieren. Tijdens de dopingcontrole ontving hij het verlossende telefoontje van zijn coach Honoré Hoedt, die meldde dat een ingediend protest van de Letse ploeg door de jury was afgewezen.
„Ik heb er geen seconde aan getwijfeld”, blufte Som even later. De lach waarmee hij de woorden uitsprak zei iets heel anders.
Als eerste Nederlander, na marathonloper Gerard Nijboer in 1982 (Athene), liet Bram Som zich op de slotdag van de Europese titelstrijd in Göteborg kronen tot Europees kampioen. De manier waarop alles z’n beslag kreeg was echter zenuwslopend geweest. De 26-jarige Arnhemmer kwam in de rommelige 800-meterfinale, die hij overigens met speels gemak had bereikt, opgesloten te zitten, nadat hij op 200 meter voor de finish bijna was gevallen als gevolg van een botsing met de Brit Ellis. Op het laatste rechte stuk loerde hij aan de binnenkant van de baan geduldig op het gaatje dat bijna altijd valt. Ook nu, maar het was eigenlijk te klein om doorheen te glippen.
Som ging er toch voor, wurmde zich volgens eigen zeggen ‘als een zwemmer met borstcrawl’ langs de Let Dmitrijs Milkevics, maar zette tijdens de passeeractie tot tweemaal toe een voet buiten de baan. Vervolgens drukte hij wel knap als eerste zijn borst over de streep, slechts 0,03 voor de Luxemburger David Fiegen. Zijn winnende tijd was 1.46,56.
Normaliter betekent een voet naast de baan automatisch diskwalificatie. De Letse bond diende ook meteen een protest in, maar na langdurige bestudering van de tv-beelden werd dat afgewezen. „Ik passeerde Milkevics eerst en pas toen kreeg ik een duw waardoor ik even naast de baan belandde. Niet andersom. Verder heb ik ook geen voordeel van die actie gehad. Tuurlijk is het even stressen, maar ik was vol vertrouwen. Op de 800 meter wordt altijd wel wat geduwd en getrokken. Dat hoort erbij.”
Met zijn goud zorgde de sergeant bij de landmacht voor een prachtige uitsmijter van het toernooi. Hij was immers de allerlaatste atleet voor wie gisteren om iets na zessen nog het volkslied werd gespeeld. Voor Som zelf telde vanzelfsprekend alleen de titel én de wetenschap dat hij ondanks een afwezigheid van twintig maanden wegens blessures eindelijk de stap van deelnemer naar kampioen heeft kunnen zetten. „Blijkbaar moet je eerst ellende hebben meegemaakt voor er iets moois kan gebeuren.”
Eind 2004 raakte Som geblesseerd aan zijn rechterachillespees. Na een operatie in 2005 maakte hij pas half mei bij een wedstrijd in Nijmegen zijn comeback. Het was voor zijn gevoel wel een andere Bram Som. „Ik rolde altijd lekker mee op toernooitjes en werd geregeld derde, vierde of vijfde, maar tijdens mijn blessure is het besef gekomen dat het maar eens echt moest gaan gebeuren. Ik bijt nu meer van me af, ben brutaler en agressiever geworden. Niet alleen op de baan, maar ook daarbuiten.”
In het verleden werd bij Som nogal eens getwijfeld aan vooral zijn mentale weerbaarheid. Ondanks de snelle tijden die hij bij grand-prixwedstrijden liep, stelde hij op toernooien vaker dan eens teleur. Met professionele hulp van mental coach Marco Hoogerland, die ook in Göteborg aanwezig was en door Som nadrukkelijk bij zijn succes werd betrokken, wist hij ook op dat punt door te groeien. „De carrière van Bram is vooral een mentaal rijpingsproces geweest”, stelde Hoedt. „Atletiek is net als leren lopen, dat doe je ook met vallen en opstaan. Ik denk dat alle tegenslagen hem dat laatste stukje hardheid hebben gegeven dat nodig is aan de top. En dit is weer een nieuwe barrière. Vanaf nu gaat Bram niet meer voor medailles, maar voor goud.”
Som zelf dacht nog niet zover vooruit. „Ik ga feest vieren. En die medaille blijft om mijn nek. Daar komt niemand meer aan.”