© 2009 de talentenacademie
22 augustus 2006
De Volkskrant
Interview: Van onze verslaggever Mark van Driel
AMSTERDAM - Met behulp van zijn mentale begeleider Marco Hoogerland heeft atleet Bram Som een metamorfose ondergaan. De nerveuze belofte op de 800 meter werd een zelfverzekerde kampioen.
Bram Som heeft de beste twee weken uit zijn loopbaan achter de rug. In Göteborg werd hij Europees kampioen op de 800 meter, afgelopen weekeinde eigende hij zich in Zürich het 21 jaar oude Nederlandse record van Rob Druppers toe. Beide keren prees hij zijn mentaal adviseur Marco Hoogerland (35) omstandig. In Göteborg was Hoogerland acht dagen aanwezig, grotendeels op kosten van Som.
‘Nee, dat ben ik niet. We werken sinds tien maanden samen. Wat we hebben gedaan is duidelijke doelen stellen. Daarna hebben we bepaald hoe die te realiseren zijn: waar hij goed in is, wat bij hem past, hoe moet hij lopen. We hebben allerlei races geanalyseerd en zijn tot de conclusie gekomen dat hij dominant moet lopen, zijn eigen keuzes moet maken, initiatief moeten nemen. Dat is samen met zijn trainer Honoré Hoedt gebeurd. We zijn een drie-eenheid.’
‘Hij was te braaf, te aardig. Hij liet zich wegzetten. Hij heeft geleerd op de juiste plek te lopen. Je zag dat in de halve finale eigenlijk nog beter dan in de finale van de EK. Hij bepaalde de snelheid, hij koos de beste positie, de rest volgende wat hij deed. In Zürich gebeurde dat ook.’
‘Je loopt zoals je bent. Kijk, buiten de baan moet hij vooral een aardige jongen blijven en zijn normen en waarden koesteren, maar hij moest leren duidelijke keuzes te maken. In de training moet hij voor zichzelf opkomen, ook als dat niet in het belang van anderen is. Als hij een pijnlijke voet heeft, moet hij het lef hebben om vandaag de hulp van een arts te vragen en geen genoegen te nemen met uitstel als dat de arts beter uitkomt.’
‘Dat kun je je afvragen. Er zijn natuurlijk acht lopers die willen winnen, dat maakt het lastig. En er is de spanning. Spanning is, als het goed is, een cadeautje. Je gaat er harder van lopen als je de juiste dingen doet. Je lichaam staat op scherp. Vergelijk het met het meemaken van een ongeluk. Als je iemand moet redden, beschik je door de spanning van de situatie over meer kracht. Een atleet moet leren uit die bron te putten. Vaak hebben ze zo veel tijd om over hun race na te denken dat de spanning een belemmering wordt en in hun nadeel werkt.’
‘Bram is een sociaal mens. Voorheen had hij de neiging op zijn kamer te gaan liggen en lang te denken aan de wedstrijd. In Göteborg is hij erop uit gegaan. We hebben samen het Picasso-museum bezocht. De avond voor de finale is hij met een vriendin uit eten geweest. Hij is ontspannen gebleven.’
‘Het is zeker geen mazzel. Maar het is ook niet allemaal mentale begeleiding. Ik voeg als het ware het laatste puzzelstukje toe. Als een topprestatie uit twintig puzzelstukjes bestaat, worden de meeste gelegd door de atleet zelf. De trainer legt er ook een aantal. De fysiotherapeut, de sportarts en de krachttrainer voegen ook een stukje toe, net als ik. Toevallig ben ik er als laatste bij gekomen. Daarom prees hij mij in Göteborg zo uitvoerig. Maar als Bram niet goed was getraind, was het nooit gelukt.’
‘Ja, als hij aan de start staat, heeft hij er zin in. Hij straalt het uit. Hij loopt rustiger. Hij dwingt het af. Hij twijfelt niet meer, maar gaat er voor. Dat is een wezenlijk verschil.’